Een wetenschappelijk artikel is niet geschreven om van voor naar achter gelezen te worden. Dit is de volgorde die werkt.
Waar begin je?
Bij de methode, en niet bij de conclusie.
De conclusie is wat de auteurs ervan vinden. De methode is wat ze gedaan hebben, en alleen daaruit blijkt of de conclusie mag.
Wat lees je in de methode?
Vijf dingen.
Het soort onderzoek: observatie, trial met loting, dier, meta-analyse.
Het aantal deelnemers en wie ze waren. Leeftijd, geslacht, gezondheid. Een proef bij jonge sporters zegt weinig over een zestigjarige met overgewicht.
De duur. Een verbetering over zes weken zegt weinig over jaren.
Waarmee vergeleken is. Een middel tegen niets doen is iets anders dan een middel tegen een goede placebo of tegen een bestaande behandeling.
En de uitkomstmaat. Was die vooraf vastgelegd of eruit gevist.
Waar verraadt een zwakke studie zichzelf?
Bij een uitkomst die niet de belangrijkste lijkt maar wel de enige is die gerapporteerd wordt.
Bij een uitkomst in een deelgroep die achteraf gevormd is.
Bij relatieve getallen zonder absolute erbij.
Bij een conclusie die verder gaat dan de uitkomst. Let op woorden als suggereert, kan bijdragen en veelbelovend.
En bij een belangenverklaring waarin de financier ook de fabrikant is.
Wat als je het niet kunt lezen?
Het merendeel zit achter een betaalmuur en de samenvatting is gratis. Die bevat vrijwel altijd het aantal deelnemers, de opzet en de belangrijkste getallen.
Lees daarin de uitkomsten en niet alleen de conclusie. Die twee lopen vaker uiteen dan je zou denken.
Zoek daarnaast of er een meta-analyse over bestaat. Die zegt meer dan het artikel dat je toevallig tegenkwam.

