Polyfenolen zijn stoffen die planten maken om zichzelf te beschermen. Er zijn er duizenden, en ze geven kleur en bitterheid.
Ze zitten in bessen, thee, koffie, olijfolie, cacao, kruiden en rode wijn.
Werken ze als antioxidant?
Zo worden ze verkocht, en dat is waarschijnlijk niet het belangrijkste.
De hoeveelheid die je opneemt is klein, en ze verdwijnen snel uit je bloed. Als directe radicalenvangers in je lichaam stellen ze weinig voor.
Wat er vermoedelijk wel gebeurt, is dat ze een milde stress geven waar je cellen op reageren door hun eigen beschermsystemen op te schroeven. Dat is een heel ander mechanisme, en het verklaart waarom hoge doses niet beter zijn.
Daarnaast wordt het grootste deel onverteerd door je bacteriën omgezet, en die omzettingsproducten doen mogelijk het meeste werk.
Dat laatste verklaart waarom niet iedereen er hetzelfde op reageert: het hangt af van welke bacteriën je hebt.
Wat is er aangetoond?
Bij cacao een bescheiden maar herhaalde verbetering van de vaatfunctie en een kleine bloeddrukdaling.
Bij olijfolie een consistent verband met minder hart- en vaatziekte, in een groot onderzoek met loting bevestigd.
Bij groene thee en koffie verbanden met minder sterfte, uit cohortonderzoek dus zonder oorzakelijkheid.
Bij resveratrol uit rode wijn: veel opwinding, en bij mensen tot nu toe weinig.
Wat is het praktische antwoord?
Variatie in planten, en niet één stof in een pil.
De hoeveelheid in een pil is doorgaans vele malen hoger dan in eten, en juist bij deze stoffen is er geen reden om aan te nemen dat meer beter is.
Wie polyfenolen wil, koopt groente, kruiden, thee en olijfolie. Dat is ons oordeel en het is ook de goedkoopste route.

