Elke gedachte, elke hartslag, elke spiersamentrekking kost energie. Er is één molecuul dat die energie rondbrengt.
Wat is energie hier eigenlijk?
Het vermogen om iets te doen: moleculen verplaatsen, structuren bouwen, signalen versturen.
Je lichaam maakt geen energie. Het zet energie om, van de chemische vorm in je eten naar de mechanische vorm in je spieren.
Wat is ATP?
Een molecuul met drie fosfaatgroepen achter elkaar. Die drie zijn waar het om gaat.
De bindingen tussen die groepen zijn onrustig. Ze willen breken, en als dat gebeurt komt er bruikbare energie vrij.
Vandaar het woord munt. Vrijwel elk proces in je lichaam accepteert ATP, net zoals je met geld overal terechtkunt zonder per keer te ruilen.
Hoe gaat het heen en weer?
Heb je energie nodig, dan wordt er één fosfaatgroep afgebroken. Wat overblijft heet ADP, hetzelfde molecuul met een groep minder.
Met energie uit je eten wordt die groep er weer op gezet, en dan is het weer ATP. Dat gaat de hele dag heen en weer.
Hoeveel is dat?
Je maakt en verbruikt ongeveer je eigen lichaamsgewicht aan ATP per dag.
Niet omdat je zoveel in voorraad hebt, want die voorraad is piepklein. Elk molecuul wordt honderden keren per dag hergebruikt.
Dat getal is het nuttigste beeld uit deze module. Je stofwisseling is geen voorraadkast maar een lopende band, ook als je stilzit.

