Je DNA verandert nauwelijks in de loop van je leven. Wat eruit gelezen wordt, verandert wel.
Wat verschuift er?
De chemische markeringen op je DNA en op de eiwitten waar het omheen gewikkeld ligt. Die bepalen welke stukken toegankelijk zijn en welke weggevouwen.
Met de jaren raakt dat patroon rommelig. Globaal gaan markeringen verloren, en op bepaalde plekken komen er juist bij. Genen die uit hoorden te staan gaan aan, en andersom.
Cellen verliezen daardoor een deel van hun identiteit. Een levercel wordt niet opeens iets anders, en hij doet zijn werk minder scherp.
Waarom is dit mechanisme bijzonder?
Omdat het in principe omkeerbaar is. De tekst is niet beschadigd; alleen de aantekeningen erop zijn verschoven.
Dat is de reden dat het onderzoek naar herprogrammeren zoveel aandacht krijgt, en dat komt in een latere module terug.
Wat zijn epigenetische klokken?
Modellen die uit honderden van die markeringen een leeftijd schatten. Ze doen dat verrassend nauwkeurig: de kalenderleeftijd wordt vaak binnen enkele jaren geraden.
De interessante vraag is wat een afwijking betekent. Een geschatte leeftijd hoger dan je werkelijke hangt samen met meer kans op ziekte en sterfte.
Op bevolkingsniveau is dat duidelijk; voor jou persoonlijk is de betrouwbaarheid beperkt. Herhaalde metingen bij dezelfde persoon lopen fors uiteen, en de verschillende klokken geven verschillende antwoorden.
Ons oordeel: als onderzoeksinstrument is het waardevol, en als consumententest zegt het minder dan de prijs suggereert.
Wat beïnvloedt het?
Roken laat een duidelijk spoor na, en een deel daarvan verdwijnt na stoppen. Beweging, slaap en voeding gaan samen met gunstiger schattingen.
Of het aanpassen van die markeringen zelf iets oplost, of dat ze vooral meelopen met hoe het met je gaat, is de open vraag onder dit hele onderwerp.

