Een standaard vetprofiel geeft vier getallen. Er is een vijfde die meer zegt, en die staat er zelden bij.
Wat staat er standaard?
Totaal cholesterol, dat op zichzelf weinig zegt omdat het alles bij elkaar optelt.
LDL, het cholesterol in de deeltjes die het naar je weefsels brengen. Dit is de waarde die oorzakelijk bijdraagt aan aderverkalking.
HDL, in de deeltjes die het terugbrengen. Hoger gaat samen met minder risico, en verhogen met medicijnen heeft geen winst opgeleverd. Dat maakt het een marker en geen doel.
Triglyceriden, die sterk samenhangen met insulineresistentie en met wat je de dag ervoor at.
Wat is de vijfde?
Het aantal deeltjes, of het eiwit dat op elk deeltje zit. Elk deeltje draagt er precies één.
Waarom dat telt: het is het deeltje dat de vaatwand binnendringt en niet het cholesterol erin. Twee mensen met hetzelfde LDL kunnen een heel verschillend aantal deeltjes hebben.
Kleine, dichte deeltjes bevatten minder cholesterol per stuk, dus er zijn er meer nodig voor hetzelfde LDL. Dat komt vooral voor bij insulineresistentie.
Dat is de reden dat iemand met een normaal LDL toch een hoog risico kan hebben, en het is de nuttigste toevoeging aan een gewoon profiel.
En de erfelijke variant?
Er is een deeltje met een extra eiwit eraan dat sterk erfelijk bepaald is en dat een zelfstandige risicofactor is.
De waarde verandert nauwelijks door leefstijl. Daarom hoeft hij maar één keer in je leven gemeten te worden, en juist daarom hoort hij gemeten te zijn.
Wat is de verhouding om te onthouden?
Triglyceriden gedeeld door HDL. Een hoge uitkomst wijst op insulineresistentie en op kleine dichte deeltjes.
Het is geen officiële maat en het is een goedkope aanwijzing uit gegevens die je toch al hebt.
Onze gids bloedwaarden vetten werkt dit volledig uit.

