Een bacterie is één cel zonder kern. Het DNA ligt los in de cel, en dat is het grootste verschil met de cellen waar jij uit bestaat.
Hoe leven ze?
Ze delen zichzelf in tweeën, en onder goede omstandigheden gaat dat elke twintig minuten. Vanuit één bacterie zijn dat er binnen een dag ontelbaar veel.
Ze wisselen ook stukjes DNA uit, ook tussen soorten. Dat is de reden dat resistentie tegen antibiotica zich zo snel verspreidt, want een opgedane weerstand kan worden doorgegeven aan een buurman.
Waar zitten ze?
Overal, en het zwaartepunt ligt in je dikke darm. Daarnaast op je huid, in je mond, in je neus en bij vrouwen in de vagina.
Elke plek heeft zijn eigen samenstelling. Wat op je huid hoort, hoort niet in je darm.
Wat leveren ze op?
In je darm breken ze vezels af die jouw enzymen niet aankunnen. Daarbij komen korteketenvetzuren vrij, en die voeden de cellen van je darmwand rechtstreeks.
Dat is geen detail. Een darmwand die slecht gevoed wordt, sluit minder goed, en wat er dan doorheen lekt geeft ontsteking.
Daarnaast maken ze vitamine K en een aantal B-vitamines.
Wat doet een antibioticum?
Het doodt bacteriën, en het maakt geen onderscheid. Naast de veroorzaker van je infectie gaat een groot deel van de rest ook om.
Dat betekent niet dat je ze moet weigeren. Bij een echte bacteriële infectie is een antibioticum een van de beste dingen die de geneeskunde heeft, en dat is ons oordeel.
Het betekent wel dat het geen onschuldige keuze is bij twijfel, en dat herstel van je darmflora daarna weken tot maanden kost.
Bij een virus doet het niets. Dat is de volgende les.

