Alle bloedvaten in één mens samen zijn tienduizenden kilometers lang. Vrijwel elke cel zit op minder dan een haarbreedte van een vat.
Welke soorten zijn er?
Slagaders voeren bloed weg van het hart. Ze staan onder hoge druk en hebben een dikke, gespierde wand die meeveert bij elke slag.
Haarvaten zijn de fijnste, met een wand van één cellaag. Hier gebeurt het eigenlijke werk: zuurstof en voedingsstoffen eruit, afvalstoffen erin.
Aders brengen het bloed terug. Lage druk, dunnere wand, en kleppen erin die terugstromen tegengaan.
Hoe komt het bloed omhoog?
Niet door je hart alleen. Vanuit je benen moet het tegen de zwaartekracht in terug, en de druk in je aders is laag.
Wat het omhoog duwt zijn je spieren. Elke keer dat je kuit samentrekt, knijpt hij de aders erin samen, en de kleppen zorgen dat het bloed maar één kant op kan.
Dat is waarom lang stilstaan en lang zitten dikke enkels geven, en waarom bewegen dat oplost.
Waar gaat het mis?
In de binnenbekleding van een slagader. Dat is één laag cellen die veel meer doet dan bekleden.
Die laag regelt of een vat wijder of nauwer staat, of bloed ergens blijft plakken, en of er ontsteking op gang komt. Werkt die laag minder goed, dan is dat de eerste meetbare stap richting aderverkalking.
Het begint dus niet met een verstopping maar met een wand die zijn werk niet doet, en dat komt uitgebreid terug in de module over ziekte.
Wat is bloed eigenlijk?
Voor ruim de helft vloeistof, en de rest cellen. Rode cellen vervoeren zuurstof met behulp van ijzer. Witte cellen zijn je afweer. Bloedplaatjes dichten lekken.
Het telt als steunweefsel, en dat is minder gek dan het klinkt: het is een weefsel waarvan de tussenstof toevallig vloeibaar is.

