Urinezuur is het eindproduct van de afbraak van purines, bouwstenen van DNA en RNA. Je maakt het zelf en het zit ook in eten.
Waar komt het vandaan?
Voor het grootste deel uit je eigen celomzet, en voor een kleiner deel uit eten.
Uit eten: orgaanvlees, sommige vis, en bier. De grootste voedingsbron die mensen missen is fructose, want de afbraak daarvan levert rechtstreeks urinezuur op. Dat geldt vooral voor gezoete dranken en niet voor heel fruit.
Waar is het bekend van?
Van jicht. Bij hoge waarden kunnen kristallen neerslaan in een gewricht, meestal de grote teen, met een felle ontsteking als gevolg.
Ook van nierstenen.
Wat zegt het nog meer?
Daar wordt het interessanter. Een verhoogde waarde hangt samen met hoge bloeddruk, insulineresistentie, vetstapeling in de lever en hart- en vaatziekte.
De vraag is of dat oorzaak is of gevolg. Er zijn mechanismen die aannemelijk maken dat het bijdraagt, onder meer via de binnenbekleding van je vaten.
Maar proeven waarin urinezuur werd verlaagd bij mensen zonder jicht, lieten geen duidelijke winst zien op bloeddruk of hartziekte. Dat is een belangrijk tegenwicht.
Ons oordeel: het is vooral een nuttige marker die op insulineresistentie kan wijzen, en het is geen doel op zichzelf zolang je geen jicht hebt.
Wat verlaagt het?
Minder gezoete dranken, minder alcohol en vooral minder bier, gewichtsverlies, en voldoende drinken.
Vitamine C verlaagt het licht in proeven. Zure kersen hebben bescheiden bewijs bij jicht.
Waar let je op?
Een aanval van jicht gaat niet altijd samen met een hoge waarde op dat moment. Tijdens een aanval kan de waarde juist normaal zijn.
Dat maakt de diagnose iets voor een arts en niet voor een uitslag alleen.

