Je ziet iets. Je bedenkt een verklaring. Je test die verklaring. Je past hem aan als de uitkomst niet klopt. Dat is het hele proces.
Het kenmerk van wetenschap is dat ze zichzelf kan tegenspreken. Een bewering die op geen enkele manier onderuit kan, is geen wetenschap maar een overtuiging.
Hypothese, theorie of wet?
Deze drie woorden worden dagelijks door elkaar gehaald, ook door journalisten.
Een hypothese is een concrete voorspelling die je kunt toetsen: suiker verhoogt ontsteking. Een theorie is een raamwerk dat talloze keren getoetst en bevestigd is, zoals de evolutietheorie. Een wet beschrijft een patroon dat altijd opgaat, zonder te verklaren waarom.
In de wetenschap betekent theorie dus niet gokje. Wie zegt dat iets "maar een theorie" is, gebruikt het woord verkeerd.
Waarom telt herhaling zo zwaar?
Een uitkomst telt pas als andere onderzoekers, los van elkaar, hetzelfde experiment doen en hetzelfde vinden.
Dat klinkt vanzelfsprekend en is het niet. Een aanzienlijk deel van de gepubliceerde studies blijkt bij herhaling een ander resultaat te geven, vooral in de psychologie en de voedingswetenschap. Dat heet de replicatiecrisis.
Wat garandeert peer review?
Dat andere vakgenoten de studie hebben bekeken voor publicatie. Dat de methode aan een minimum voldoet en dat het geen onzin is.
Wat het niet garandeert is dat de conclusie klopt. Er staan genoeg beoordeelde studies in tijdschriften die later onjuist bleken.
Wat gebeurt er met de studies die niets vonden?
Die worden veel minder vaak gepubliceerd, en dat verandert het hele plaatje.
Stel dat twintig groepen los van elkaar testen of een middel werkt. Negentien vinden niets en publiceren het niet. Eén vindt door toeval wel iets, en dat is de studie die je tegenkomt.
Dat heet publicatiebias. Het is geen bedrog en het vertekent alles.
Wat neem je hieruit mee?
Eén studie is een aanwijzing en geen bewijs. Pas als meerdere onafhankelijke groepen met verschillende methodes hetzelfde vinden, mag je het redelijk zeker noemen.

