Je nieren filteren per dag rond de honderdtachtig liter vocht en leveren daar ongeveer anderhalve liter urine van af.
Bijna alles wordt dus weer teruggewonnen. Het systeem gooit eerst alles weg en haalt daarna terug wat het nodig heeft, en dat is een raar maar heel nauwkeurig ontwerp.
Hoe gaat dat?
In ongeveer een miljoen filtereenheden per nier. Elk daarvan heeft een kluwen haarvaten waar vocht uit geperst wordt, en daarna een lange buis waarin het terugwinnen gebeurt.
In die buis wordt bepaald wat er blijft: water, zout, glucose, aminozuren. Wat overblijft gaat naar je blaas.
Wat regelen ze nog meer?
Drie dingen die vaak vergeten worden.
Je bloeddruk, via een hormoonsysteem dat vaten nauwer zet en zout vasthoudt. Veel bloeddrukmedicijnen grijpen precies daarop aan.
Je zuurgraad, samen met je longen. En de aanmaak van rode bloedcellen, via een hormoon dat je nier afgeeft als er weinig zuurstof is.
Daarnaast zetten je nieren vitamine D om in de vorm die werkt.
Waarom merk je schade zo laat?
Omdat je begint met veel te veel filtercapaciteit en die langzaam kwijtraakt.
Pas als er nog ongeveer een derde over is, gaan waarden in je bloed zichtbaar schuiven. Iemand kan twee derde van zijn nierfunctie kwijt zijn en zich prima voelen.
Dat is de reden dat nierschade bij diabetes en hoge bloeddruk zo vaak toevallig gevonden wordt.
Waar wordt het meest op gelet?
Op eiwit in je urine, want dat is een van de vroegste tekenen dat de filters lekken. En op een geschatte filtersnelheid, berekend uit een afvalstof in je bloed.
Die twee komen terug bij de bloedwaarden. Wat hier telt is dat je begrijpt waarom juist deze twee vroeg iets zeggen.
Waar moet je op letten?
Ontstekingsremmers zoals ibuprofen belasten je nieren, zeker bij weinig drinken of langdurig gebruik. Dat is geen reden om ze nooit te nemen en wel om ze niet maanden achter elkaar te slikken.

