Dit is het onderwerp waarbij de wetenschappelijke consensus in tien jaar het duidelijkst is verschoven. Dat maakt het een goed voorbeeld van de vierde les uit de tweede module.
Wat was het oude verhaal?
Dat matige drinkers minder hart- en vaatziekte hadden dan geheelonthouders. De grafiek had de vorm van een hockeystick.
Waarom klopte dat niet?
Om twee redenen die allebei in de tweede module staan.
De groep geheelonthouders bevatte mensen die gestopt waren omdat ze ziek werden. Die werden vergeleken met gezonde matige drinkers.
En matige drinkers verschillen op veel meer punten: meer inkomen, meer beweging, minder roken.
Reken je die twee eruit, dan verdwijnt het beschermende effect grotendeels. Genetisch onderzoek, waarbij mensen worden vergeleken op een erfelijke variant die bepaalt hoeveel ze drinken, wijst dezelfde kant op.
Wat staat er wel vast?
Dat alcohol een kankerverwekkende stof is, ingedeeld in de hoogste categorie. Het verband is aangetoond voor mond, keel, slokdarm, lever, darm en borst.
Voor borstkanker is er geen hoeveelheid waaronder het verband verdwijnt. Dat is de meest ongemakkelijke zin van deze les en hij staat er omdat hij waar is.
Dat het je slaap verstoort, is te meten. Je valt sneller in slaap en je diepe slaap en je droomslaap nemen af. Dat is de reden dat alcohol in de slaapprotocollen terugkomt.
Dat het je lever belast, bij grotere hoeveelheden.
Wat is ons oordeel?
Dat er geen hoeveelheid is waarvan is aangetoond dat hij goed voor je is, en dat minder altijd beter is dan meer.
Dat is iets anders dan zeggen dat je nooit meer mag drinken. Het risico bij een enkel glas is klein en het is niet nul, en die afweging is aan jou.
Wat wij niet doen is een gezondheidsreden verzinnen voor iets wat mensen om andere redenen doen.

