Twintig middelen, en de eerlijke uitkomst is dat er weinig overblijft. Deze les zet ze op een rij.
Redelijk tot goed bewijs
Creatine, voor kracht en spierbehoud, bij jong en oud. Het best onderzochte middel in deze module, en met afstand.
Vitamine D in de winterhelft van het jaar, hier, vanwege een tekort dat voorspelbaar is.
Omega 3 bij hoge triglyceriden, in de dosis uit het onderzoek en niet in de dosis uit het schap.
Magnesium bij een lage inname of bij migraine.
Bescheiden bewijs, redelijke prijs
L-theanine bij cafeïne. Glycine voor het slapen. Curcumine bij gewrichtspijn.
Die drie hebben gemeen dat het effect klein is, dat het herhaald gevonden is, en dat de prijs en het risico laag zijn. Dat is een acceptabele verhouding.
Interessant en niet aan te raden
NMN, fisetine, spermidine, taurine, astaxanthine, quercetine als senolyticum, paddenstoelen.
Allemaal aannemelijke mechanismen, vrijwel allemaal gebouwd op dieronderzoek, en bij geen ervan een proef bij mensen met een uitkomst die ertoe doet.
Bij een arts en niet uit een webshop
Berberine, vanwege het echte effect op bloedsuiker en de interacties. Nattokinase, vanwege het bloedingsrisico.
Dat een middel werkt, is hier de reden voor voorzichtigheid en niet ertegen.
Achterhaald
Resveratrol.
Wat is de samenvatting?
Dat vier middelen de moeite waard zijn, drie te verdedigen, en de rest niet.
Dat is de uitkomst van deze module en niet het uitgangspunt. Wie de zes vragen uit de eerste les op een nieuw middel loslaat, komt vrijwel altijd op dezelfde plek uit.
Wat komt hierna?
Je eigen waarden. Wat meet je, wat betekent het, en waar zitten de grenzen van een uitslag.
Onze gids supplementen gaat dieper in op hoe je een etiket leest en waar je een product op beoordeelt.

