Er wordt vaak gezegd dat je meer bacteriecellen hebt dan eigen cellen. De beste schatting is dat het ongeveer gelijk ligt, in dezelfde orde van grootte.
Dat is nog steeds tientallen biljoenen organismen die van jou leven, en het grootste deel zit in je dikke darm.
Welke vier groepen zijn er?
Bacteriën, eencellig en zonder kern. Virussen, die geen cel zijn en op het randje van leven zitten. Schimmels, waaronder gisten. En parasieten, van eencellig tot wormen.
Elk daarvan krijgt een eigen les, want ze verschillen te veel om over één kam te scheren.
Waarom is "kiemen zijn vuil" fout?
Omdat het de verhouding negeert. Het gaat zelden om aanwezigheid en bijna altijd om welke soorten er zijn en hoeveel.
Een bacterie die je huid beschermt tegen ziekmakers is dezelfde soort die in een wond een probleem wordt. De plaats en de hoeveelheid maken het verschil, en niet het organisme zelf.
Dat inzicht heeft praktische gevolgen. Alles steriel maken werkt tegen je, want dan verdwijnen ook de soorten die de plek bezet hielden.
Wat doen ze voor je?
Vier dingen die de moeite waard zijn.
Ze maken stoffen die jij nodig hebt, waaronder vitamine K en een aantal B-vitamines. Ze verteren vezels die jij niet kunt afbreken, en wat daarbij vrijkomt voedt je darmwand.
Ze trainen je afweer, vooral in de eerste levensjaren. En ze houden plaats bezet, zodat ziekmakers geen ruimte vinden.
Wat maakt dit belangrijk voor deze opleiding?
Omdat dit ecosysteem beïnvloedbaar is, en snel. Wat je eet verandert het binnen dagen. Dat is een van de weinige plekken waar een dagelijkse keuze meetbaar iets doet.

