DNA is het instructieboek voor het bouwen en onderhouden van jouw lichaam. RNA is de reden dat het boek gelezen wordt.
Hoe slaat DNA informatie op?
In bouwstenen die nucleotiden heten. Elke nucleotide bestaat uit een base, een suiker en een fosfaatgroep.
Twee strengen daarvan winden om elkaar heen, en dat is de bekende gedraaide ladder. De sporten van die ladder zijn de koppelingen tussen de basen.
Die koppeling is de hele truc. Adenine gaat altijd met thymine, cytosine altijd met guanine. Daardoor bevat elke streng automatisch de volledige informatie van de andere, en kan een cel betrouwbaar kopiëren.
Wat doet RNA dan?
RNA lijkt op DNA, met drie verschillen: een andere suiker, uracil in plaats van thymine, en één streng in plaats van twee.
Er zijn drie soorten die je moet kennen. Boodschapper-RNA draagt de code van het DNA naar de plek waar eiwitten gemaakt worden. Overdrachts-RNA brengt daar de juiste aminozuren heen. En ribosomaal RNA vormt de fabriek zelf.
Zonder RNA zou DNA een boek zijn dat niemand openslaat. Dat is de kortste manier om te onthouden waarom het bestaat.
Waarom komt dit terug?
Omdat vrijwel elk mechanisme achter veroudering hier langs loopt. Schade aan DNA, fouten bij het kopiëren, en het aan- en uitzetten van stukken tekst zonder de tekst zelf te veranderen.
Dat laatste heet epigenetica, en het krijgt later een eigen plek.

