Glucose is je snelste brandstof. Er zijn drie stappen tussen een molecuul glucose en bruikbare energie.
Stap één: splitsen
In de vloeistof van je cel wordt glucose in tweeën gesplitst. Dat levert een kleine hoeveelheid ATP op en twee moleculen pyruvaat.
Dit is de enige stap die zonder zuurstof kan. Dat maakt hem belangrijk bij maximale inspanning, wanneer de aanvoer van zuurstof het niet bijhoudt.
Gaat het zo hard dat de rest niet kan volgen, dan wordt pyruvaat omgezet in lactaat. Dat is geen afvalstof en geen oorzaak van spierpijn de dag erna; het is een brandstof die elders wordt opgebruikt.
Stap twee: rondje in de mitochondriën
Pyruvaat gaat de mitochondriën in en wordt daar door een cyclus gehaald.
Die cyclus levert zelf weinig ATP op. Wat hij wel oplevert zijn dragers geladen met elektronen, en dat zijn de dragers die in de volgende stap uitbetaald worden.
Stap drie: de keten
In de binnenwand van de mitochondriën zit een reeks eiwitten. De elektronen worden daar van de een naar de ander doorgegeven, en bij elke overdracht komt energie vrij.
Die energie wordt gebruikt om waterstofdeeltjes naar de andere kant van de wand te pompen. Daardoor ontstaat een drukverschil, en dat verschil drijft een molecuul aan dat letterlijk draait en daarbij ATP maakt.
Aan het eind van de keten wordt zuurstof gebruikt om de elektronen op te vangen. Daar komt water uit. Dat is waar de zuurstof die je inademt uiteindelijk voor dient.
Waarom telt dit?
Omdat vrijwel alle ATP uit die laatste stap komt, en omdat daar ook de meeste vrije radicalen ontstaan.
De plek waar je energie maakt is dezelfde plek waar je schade maakt. Dat is geen ontwerpfout maar de prijs, en het verklaart waarom de mitochondriën zo centraal staan in elk verhaal over veroudering.

