Curcumine is de gele stof in kurkuma. Het is een van de meest onderzochte plantenstoffen die er zijn, met duizenden publicaties.
Dat aantal zegt minder dan het lijkt, want het merendeel gaat over cellen.
Wat is het opnameprobleem?
Curcumine wordt slecht opgenomen, wordt snel afgebroken en verdwijnt snel uit je bloed.
Kurkuma bevat bovendien maar een paar procent curcumine. Om op een onderzoeksdosis te komen zou je onmogelijke hoeveelheden kruiden moeten eten.
Zwarte peper bevat een stof die de afbraak remt en de opname aanzienlijk verhoogt. Dat is echt en het is de reden dat het vrijwel altijd wordt toegevoegd.
Er bestaan ook vormen met verbeterde opname, in vetbolletjes of aan eiwit gebonden.
Waar is het bewijs redelijk?
Bij artrose. Meta-analyses van proeven met loting laten pijnvermindering zien die vergelijkbaar is met gangbare ontstekingsremmers, met minder maagklachten.
Die proeven zijn klein en er zijn er veel, en ze wijzen dezelfde kant op.
Bij ontstekingswaarden in het bloed is er bescheiden bewijs voor verlaging.
Waar is het dun?
Bij vrijwel alles waar het verder voor wordt verkocht: depressie, kanker, dementie, darmklachten.
Er is een bekende publicatie die curcumine beschrijft als een stof die in laboratoriumtests bij vrijwel alles positief uitvalt, en die daarom waarschijnlijk niet de stof is die het lijkt.
Waar let je op?
Op de hoeveelheid curcumine en niet kurkuma. Op een opnameverbeteraar.
En op de interactie met bloedverdunners, want het remt de klontering van bloedplaatjes. Dat geldt ook rond een operatie.
Wat is ons oordeel?
Redelijk bewijs bij gewrichtspijn, en dun bij de rest. Dat is de eerlijke samenvatting van duizenden publicaties.

