Mobiliteit is hoe ver een gewricht beweegt terwijl je er zelf controle over hebt. Dat is iets anders dan lenigheid.
Lenigheid is hoe ver iemand je duwt; mobiliteit is hoe ver je zelf komt. Dat onderscheid bepaalt wat nuttig is.
Waarom neemt het af?
Niet vooral door leeftijd. Vooral door het bereik niet gebruiken.
Een gewricht dat maandenlang alleen in een klein deel van zijn bereik beweegt, verliest de rest. Bindweefsel past zich aan de gewoonte aan.
Dat verklaart waarom het bij kantoorwerk vrijwel altijd om dezelfde plekken gaat: heupen, borstwervelkolom en enkels.
Wat doet rekken?
Minder dan lang gedacht, en niet niets.
Statisch rekken voor het sporten verlaagt tijdelijk je kracht en voorkomt geen blessures. Dat is meermaals aangetoond en het advies is daarop aangepast.
Rekken na afloop of los van sport vergroot je bereik wel, en dat komt deels doordat je beter tegen de rekgevoel kunt en deels door echte verandering.
Wat werkt beter?
Kracht opbouwen in het uiterste bereik. Een positie waar je zelf kracht kunt zetten, houd je, en een positie waar dat niet lukt verlies je.
Daar komt de nuance bij krachttraining vandaan: oefeningen over een volledig bereik verbeteren de beweeglijkheid aantoonbaar, vaak net zo goed als rekken.
Diepe kniebuigingen en zwaar werk over volledig bereik zijn mobiliteitstraining, en dat is efficiënter dan het apart doen.
Wat is het praktische advies?
Beweeg elk gewricht regelmatig door zijn hele bereik. Dat kost minuten en het voorkomt het meeste verlies.
Voor wie al beperkt is: werk op één of twee plekken tegelijk, en verwacht weken en geen dagen.
En zit minder lang achter elkaar. Dat doet meer dan welke oefening ook, en het is gratis.

