In je hersenen zit een klok van zo'n twintigduizend cellen die op ongeveer vierentwintig uur loopt. Bijna elk orgaan heeft daarnaast een eigen klok.
Die klokken bepalen niet alleen wanneer je slaapt. Ze bepalen ook wanneer hormonen komen, wanneer je temperatuur piekt en hoe je op eten reageert.
Hoe wordt de klok gezet?
Vooral door licht, via een aparte soort cel in je netvlies die niets met zien te maken heeft.
Licht in de ochtend zet de klok vroeger. Licht in de avond zet hem later. De hoeveelheid buitenlicht is vele malen groter dan wat binnen op je bureau valt, ook op een bewolkte dag, en dat is het punt dat het vaakst wordt onderschat.
Wat zetten de andere klokken?
Eten zet de klokken in je lever en je spijsvertering. Beweging zet de klok in je spieren.
Daardoor kunnen ze uit de pas lopen met de klok in je hoofd. Dat gebeurt bij nachtwerk en bij laat eten, en dat uit de pas lopen is waarschijnlijk schadelijker dan het late tijdstip op zichzelf.
Wat verschuift er in het onderzoek?
Dat je insulinegevoeligheid 's ochtends hoger is dan 's avonds. Dezelfde maaltijd geeft later op de dag een hogere piek.
Dat je lichaamstemperatuur laat in de middag piekt, en dat sportprestaties dan gemiddeld het best zijn.
En dat melatonine ongeveer twee uur voor je natuurlijke bedtijd begint te stijgen, mits het licht meewerkt.
Wat is een avondmens?
Een echt verschil en geen keuze. Je natuurlijke voorkeur is deels erfelijk bepaald en verschuift met de leeftijd: jongeren zijn later, ouderen vroeger.
Wie van nature laat is en vroeg moet werken, leeft in een permanente tijdsverschuiving. De knop die daar het meeste doet is de begintijd van het werk, en die ligt vaak niet bij de persoon zelf.
Wat wel binnen bereik ligt: fel licht direct na het opstaan, en de avond dimmen.
Waar komt dit terug?
Bij slaap, bij eetmomenten, en bij het protocol voor werken in de nacht.

