In de tweede module stonden de algemene signalen. Deze les gaat over de patronen die je pas ziet nu je weet hoe het lichaam werkt.
Het mechanisme als bewijs
Het meest voorkomende patroon in dit vakgebied.
Er wordt een kloppend mechanisme beschreven: deze stof zet die sensor aan, die sensor doet dat. Alles klopt, en er ontbreekt één stap.
Dat een route bestaat, bewijst niet dat een middel hem in jou in beweging brengt, in de dosis die je slikt, met een gevolg dat je merkt.
Vraag: is er een proef bij mensen, of alleen de route.
De dosis die er niet in zit
De tweede. Er wordt verwezen naar onderzoek en de gebruikte dosis ligt een orde hoger dan wat het product bevat.
Dat kwam in deze opleiding een paar keer letterlijk langs: bij visolie, bij curcumine en bij fisetine.
Vraag: wat was de dosis in het onderzoek, en hoeveel zit er in.
De omgekeerde tijdlijn
De derde, en de subtielste. Een middel dat een waarde herstelt die met de leeftijd daalt.
Dat klinkt logisch en het veronderstelt dat de daling een oorzaak is. Vaak is ze een gevolg, en dan verandert aanvullen niets.
Bij taurine bleek de aangenomen daling er bij mensen niet eens te zijn.
Vraag: is de daling aangetoond als oorzaak, of alleen waargenomen.
Het uitgestelde bewijs
De vierde. Er lopen proeven, dus het is bijna zover.
Dat er proeven lopen, betekent dat het antwoord er niet is. De meeste proeven eindigen in een teleurstelling, en daar wordt zelden over bericht.
Vraag: waar zijn de uitkomsten, en wat gebeurde er met de vorige proef.
Wat is de test?
Bij elke claim die je tegenkomt: welke van deze vier is het.
Meestal is het er een, en soms alle vier tegelijk. Dat is geen cynisme maar wat je vindt als je gaat kijken.

