Senescente cellen kwamen twee keer langs. Hier gaat het over de twee manieren om ze aan te pakken.
Wat is het verschil?
Senolytica doden ze. Senomorfica laten ze zitten en dempen de signalen die ze afgeven.
De eerste aanpak is aantrekkelijker en riskanter. Zulke cellen zitten soms op plekken waar ze een functie hebben, bijvoorbeeld bij wondgenezing, en ze zijn niet overal even makkelijk te onderscheiden.
De tweede is behoudender en vraagt voortdurend gebruik.
Wat wordt er onderzocht?
De bekendste combinatie is een kankermedicijn samen met quercetine. Die is bij muizen effectief en bij mensen in kleine proeven onderzocht.
Fisetine, op basis van één muizenstudie, met lopende proeven bij mensen.
Middelen die gericht een eiwit remmen waarmee deze cellen hun dood tegenhouden. Die zijn krachtiger en hebben serieuze bijwerkingen.
En antistoffen die zich richten op een eiwit op het oppervlak van zulke cellen. Dat is de nieuwste richting en die staat nog in dieronderzoek.
Wat ligt er bij mensen?
Een paar proeven van enkele tientallen mensen, bij longfibrose en bij nierpatiënten. Ze laten zien dat het uitvoerbaar is en dat er markers veranderen.
Er is geen proef die laat zien dat iemand er gezonder van wordt. Dat is de huidige stand, en die verandert de komende jaren mogelijk.
Waarom de stootdosering?
Omdat deze middelen bij dieren in korte stoten worden gegeven en niet dagelijks. De gedachte is dat je opruimt en daarna wacht tot er weer wat is.
Dat is een andere manier van doseren dan bij vrijwel elk supplement, en het maakt dagelijkse inname van een zogenaamd senolyticum ook op dat punt onlogisch.
Wat is een reële verwachting?
Dat hier de komende vijf tot tien jaar echte uitkomsten uit komen, in de ene of de andere richting.
En dat wat er nu als senolyticum in een webshop ligt, geen relatie heeft met wat er onderzocht wordt.

