Je spijsverteringskanaal is technisch gezien een buis door je lichaam heen. Wat erin zit, is nog steeds buiten.
Iets is pas binnen als het door de darmwand is gegaan, en dat is de zin die de meeste verwarring over dit onderwerp wegneemt.
Waar begint het?
In je mond, met kauwen en met een enzym in je speeksel dat zetmeel aanpakt.
Daarna je maag: sterk zuur, dat eiwitten openbreekt en bacteriën doodt. Er wordt gemengd, en er wordt weinig opgenomen.
Waar wordt het meeste opgenomen?
In je dunne darm, en met afstand. Daar komen gal uit je lever en enzymen uit je alvleesklier bij, en die maken het karwei af.
De wand daarvan is geen gladde buis. Hij zit vol plooien, vlokken en nog kleinere uitsteeksels, waardoor het opnameoppervlak enorm is.
Wat doet de dikke darm?
Water terugwinnen, en huisvesting bieden aan het grootste deel van je bacteriën.
Daar worden de vezels afgebroken die je eigen enzymen niet aankunnen, en wat daarbij vrijkomt voedt je darmwandcellen rechtstreeks.
Wat doet de darmwand nog meer?
Twee dingen die niets met verteren te maken hebben.
Hij is een grens. Eén cellaag dik, met eiwitten die de cellen aan elkaar vastknopen, en daarachter een slijmlaag. Die grens bepaalt wat je binnenlaat.
En hij is een groot deel van je afweer. Het merendeel van je afweercellen zit rond je darm, want daar komt de buitenwereld het dichtst bij binnen.
En een lekke darm?
Dat de doorlaatbaarheid van de darmwand kan toenemen, is aangetoond. Bij bijvoorbeeld coeliakie en bij ontstekingsziekten van de darm is dat duidelijk het geval.
Wat niet vaststaat is dat een verhoogde doorlaatbaarheid bij verder gezonde mensen de oorzaak is van vermoeidheid, gewrichtsklachten of huidproblemen. Het mechanisme bestaat; de sprong naar die klachtenlijst is niet gemaakt, en dat is ons oordeel.
Er wordt veel verkocht op die sprong. De vraag blijft dezelfde: is er een proef bij mensen, of alleen een mechanisme.

