Drie delen, en het eerste is het belangrijkste voor wat je later over voeding en supplementen leest.
Wat doet de celwand?
Hij houdt de cel bij elkaar en bepaalt wat er in en uit mag.
De wand bestaat uit een dubbele laag fosfolipiden, het vetmolecuul uit de vorige module. De ene kant van zo'n molecuul houdt van water, de andere niet, en daardoor gaan ze vanzelf in twee lagen met de waterschuwende kanten naar elkaar toe staan.
Dat betekent dat de binnenkant van die wand vet is. Daarom komen vetoplosbare stoffen er makkelijk doorheen en hebben wateroplosbare stoffen een doorgang nodig.
Die doorgangen zijn eiwitten die in de wand zitten. Sommige laten één stof door, andere werken als een pomp die tegen de stroom in duwt.
Wat is het cytoplasma?
De vloeistof die de cel vult, met daarin alle onderdelen. Hij bestaat voor het grootste deel uit water, en dat is de reden dat water in de vorige module een eigen stuk kreeg.
Er loopt ook een soort skelet doorheen, van eiwitdraden. Dat geeft de cel zijn vorm en dient als rails waarover dingen vervoerd worden.
Wat zit er in de kern?
Je DNA, verpakt en beschermd. De kern heeft een eigen wand met openingen, zodat instructies naar buiten kunnen zonder dat het DNA zelf de kern verlaat.
Dat DNA de kern niet verlaat is de reden dat RNA bestaat. Er gaat een kopie naar buiten, en het origineel blijft liggen.

