Losse atomen doen weinig. Het leven begint als ze zich groeperen, en hoe ze dat doen bepaalt bijna alles wat daarna volgt.
Welke bindingen zijn er?
Bij een covalente binding delen twee atomen elektronen. Delen ze eerlijk, dan is het molecuul apolair. Trekt de één harder, dan wordt de ene kant licht negatief en de andere licht positief, en dat heet polair.
Bij een ionbinding geeft het ene atoom een elektron helemaal weg. Er blijven twee tegengesteld geladen deeltjes over die elkaar vasthouden. Keukenzout is daar het voorbeeld van.
Waterstofbruggen zijn zwakker en er zijn er heel veel. Ze houden water bij elkaar en ze houden de vorm van je DNA in stand.
Vanderwaalskrachten zijn de zwakste van allemaal, en over een groot oppervlak tellen ze toch op.
Waarom is water zo bijzonder?
Omdat het polair is. De zuurstof trekt harder aan de gedeelde elektronen dan de waterstof, dus het molecuul heeft een licht negatieve en een licht positieve kant.
Daardoor plakken watermoleculen onderling aan elkaar met waterstofbruggen. Dat is de reden dat zo'n klein molecuul pas bij honderd graden kookt.
En daardoor lost water zouten, suikers en veel vitamines op. Vrijwel elke reactie in je lichaam vindt plaats in water, dus zonder water werkt geen enkel enzym.
Wat lost waarin op?
Stoffen die polair of geladen zijn, lossen op in water. Stoffen die apolair zijn, niet, en die blijven gescheiden zoals olie en water.
Vitamine C en de B-vitamines zijn wateroplosbaar. Een teveel plas je uit, en opslaan doet je lichaam ze nauwelijks, dus je hebt ze regelmatig nodig.
Vitamine A, D, E en K zijn vetoplosbaar. Die worden opgeslagen in je vetweefsel en je lever. Dat betekent een voorraad, en het betekent ook dat een extreem teveel zich kan opstapelen.
Waarom telt dit praktisch?
Omdat polariteit bepaalt of iets door een celwand komt, of het in vet of in water oplost, en hoe je een supplement inneemt.
Dat laatste is direct bruikbaar: vetoplosbare vitamines op een lege maag zonder enig vet worden slecht opgenomen. Dat is geld dat je toilet in spoelt.

