Deze waarden staan op vrijwel elk bloedformulier en worden zelden uitgelegd.
Wat zeggen de leverwaarden?
Twee enzymen die in levercellen zitten en in je bloed komen als die cellen beschadigd raken.
De ene zit vooral in de lever en is daarmee specifieker. De andere zit ook in spieren, en stijgt dus na een zware training zonder dat er iets met je lever is.
Een licht verhoogde waarde is vaak vetstapeling in de lever, en dat is inmiddels de meest voorkomende leveraandoening.
Een derde enzym stijgt bij alcoholgebruik en bij galwegproblemen.
Wat deze waarden niet meten is hoe goed je lever werkt. Daarvoor wordt gekeken naar wat de lever maakt: stollingsfactoren en een transporteiwit.
Wat zeggen de nierwaarden?
Creatinine is een afvalstof uit je spieren die je nieren uitscheiden. Uit die waarde wordt een geschatte filtersnelheid berekend.
Die schatting heeft een bekende beperking: iemand met veel spiermassa maakt meer creatinine en krijgt daardoor een te lage schatting. Bij weinig spiermassa is het omgekeerd.
Daarom wordt bij twijfel een tweede stof gemeten die niet van spiermassa afhangt.
Wat is het vroegste signaal?
Eiwit in je urine, en dat wordt te weinig aangevraagd.
De filters in je nieren houden eiwit normaal binnen. Lekt er eiwit, dan zijn ze beschadigd, en dat gebeurt voordat je bloedwaarden iets doen.
Bij diabetes en hoge bloeddruk hoort dit standaard gecontroleerd te worden.
Wat is de valkuil?
Dat deze waarden lang normaal blijven. Dat stond in de module over reserve: je nieren geven pas iets weg als er nog ongeveer een derde over is.
Normaal betekent hier dus vooral dat er nog genoeg over is, en niet dat er niets gebeurt.

