Micronutriënten leveren geen energie. Ze zijn hulpstof, en zonder hulpstof staat een enzym stil.
Dat verklaart waarom één tekort zoveel uiteenlopende klachten kan geven, en dat stond al in de module over biochemie.
Welke tekorten komen hier werkelijk voor?
Vier, en de rest is zeldzaam in Nederland bij normaal eten.
Vitamine D, in de winterhelft van het jaar bij vrijwel iedereen die niet aanvult. Je maakt het uit zonlicht, en op deze breedtegraad staat de zon van oktober tot maart te laag.
IJzer, bij menstruerende vrouwen, bij duursporters en bij mensen die geen vlees eten. Dat is te meten, en aanvullen zonder meten is niet verstandig, want te veel ijzer is schadelijk.
Vitamine B12, bij wie geen dierlijke producten eet, en bij ouderen omdat de opname afneemt. Dit is de enige vitamine die bij een plantaardig eetpatroon echt moet worden aangevuld.
Jodium, sinds er minder brood met gejodeerd zout wordt gegeten en er vaker zeezout wordt gebruikt, dat het juist niet bevat.
En de rest?
Foliumzuur is belangrijk rond een zwangerschap. Calcium en magnesium zijn bij een normaal eetpatroon meestal voldoende.
Voor de meeste vitamines geldt dat aanvullen bij een tekort helpt en aanvullen zonder tekort niets doet. Dat klinkt vanzelfsprekend en het is precies wat de markt omzeilt.
Waarom is meer niet beter?
Omdat enzymen verzadigd raken. Boven een bepaalde hoeveelheid verandert er niets meer.
Bij wateroplosbare vitamines plas je het overschot uit. Bij vetoplosbare wordt het opgeslagen, en daar is een teveel wel degelijk mogelijk.
Er zijn ook stoffen die elkaar in de weg zitten. Veel zink verstoort de opname van koper; veel ijzer die van zink.
Wat is het advies?
Meten waar het kan, en gericht aanvullen. Een multivitamine op de gok is de duurste manier om weinig te doen.
De uitzondering is vitamine D in de winter, want dat tekort is zo algemeen dat aanvullen redelijk is zonder te meten.

