In de module over anatomie stond dat bot leeft. Deze les gaat over hoe dat leven geregeld wordt.
Wie doet wat?
Twee soorten cellen werken tegen elkaar in.
De ene breekt bot af door het op te lossen. De andere legt nieuw materiaal neer en laat daar kalk in neerslaan.
Ze werken in ploegen op dezelfde plek: eerst wordt er een stukje weggehaald, dan wordt het opgevuld. Je hele skelet wordt op die manier ongeveer elke tien jaar vervangen.
Wat bepaalt de balans?
Belasting is de sterkste prikkel. Bot voegt materiaal toe waar kracht op staat en haalt het weg waar niets gebeurt.
Daarnaast hormonen. Oestrogeen remt de afbraak, en dat is de reden dat botontkalking bij vrouwen na de overgang zo veel sneller gaat. Schildklierhormoon versnelt de omzet. Cortisol remt de opbouw, en dat is waarom langdurig gebruik van prednison het bot aantast.
En bouwstof. Calcium en vitamine D zijn nodig, en vitamine K speelt een rol bij de eiwitten die de kalk op zijn plek houden.
Wanneer is de piek?
Rond je dertigste is je botmassa op zijn hoogst. Daarna daalt hij langzaam, bij vrouwen versneld na de overgang.
Dat maakt de jeugd de belangrijkste periode. Hoe hoog je piek is, bepaalt hoeveel je kunt verliezen voordat het een probleem wordt.
Wat werkt daarna nog?
Belasting die zwaar genoeg is, en dat is een belangrijke nuance. Wandelen houdt veel in stand en bouwt weinig op.
Wat aantoonbaar botdichtheid toevoegt is krachttraining met voldoende gewicht en belasting met stoten, zoals springen. Dat gaat door op hoge leeftijd, mits verantwoord opgebouwd.
En het tweede deel dat vaak vergeten wordt: het voorkomen van vallen. Een sterk bot dat valt breekt alsnog, en evenwicht en spierkracht doen daar meer dan welk supplement ook.

