Het idee is aantrekkelijk: eet wat er in dit seizoen groeit, want daar is je lichaam op ingericht.
Deze les splitst dat in wat aantoonbaar is en wat niet.
Wat is aantoonbaar?
Dat groente kort na de oogst meer van bepaalde vitamines bevat, vooral vitamine C en foliumzuur, die gevoelig zijn voor licht, lucht en tijd.
Dat verschil is echt en het is kleiner dan vaak gedacht. Diepvriesgroente wordt kort na de oogst ingevroren en scoort daarom vaak beter dan verse groente die een week onderweg was.
Diepvries is dus geen compromis maar vaak de betere keuze buiten het seizoen, en dat is een nuttige praktische conclusie.
Dat seizoensgroente vaker lokaal is en daarom minder transport vraagt. Dat is een argument over de wereld en niet over je lichaam, en op deze site telt het mee.
En dat seizoen eten vanzelf variatie oplevert, want je eet niet het hele jaar hetzelfde.
Wat is niet aantoonbaar?
Dat je lichaam in de winter andere voedingsstoffen nodig heeft dan in de zomer. Daar is geen goed onderbouwd verhaal voor.
De enige echte uitzondering is vitamine D, en die komt niet uit eten maar uit zonlicht.
Dat het eten van iets buiten het seizoen schadelijk is, is evenmin aangetoond.
Wat is het redelijke antwoord?
Seizoen is een goede vuistregel om variatie en versheid te krijgen, en geen natuurwet.
Wie in februari geen groente eet omdat het niet het seizoen is, heeft de regel belangrijker gemaakt dan het doel.

