Voeding is het onderwerp waar het hardst over wordt geroepen en waar het bewijs het zwakst is. Dat is geen toeval.
Waarom zijn er zo weinig goede proeven?
Omdat je mensen niet twintig jaar in een groep kunt stoppen en kunt dwingen anders te eten.
Een proef met loting over voeding duurt weken tot maanden. De uitkomsten die ertoe doen, zoals een hartinfarct, duren decennia. Dus wordt er gemeten aan een tussenwaarde, en die is niet hetzelfde.
Blinderen kan meestal niet. Je proeft wat je eet.
En deelnemers doen niet wat er staat. Bij langere proeven lopen de groepen naar elkaar toe, waardoor het verschil dat je zocht verdwijnt.
Wat is er dan wel?
Vooral cohortonderzoek: grote groepen mensen volgen en kijken wat er gebeurt. Dat levert verbanden op en geen oorzaken.
Het grootste probleem daar is dat het eten wordt uitgevraagd met vragenlijsten, en mensen weten niet precies wat ze aten en geven het ook niet eerlijk op.
Het tweede probleem is bekend uit de tweede module. Wie meer groente eet, rookt minder, beweegt meer en heeft meer inkomen. Dat eruit rekenen lukt nooit helemaal.
Hoe vorm je toch een oordeel?
Door te kijken of verschillende soorten onderzoek dezelfde kant op wijzen.
Een verband in cohorten, een verklaarbaar mechanisme, een verbetering in een korte proef met loting, en liefst ook genetisch onderzoek dat dezelfde richting aanwijst.
Wijst alles dezelfde kant op, dan is dat redelijk. Wijst alleen het mechanisme die kant op, dan is het een aanwijzing en meer niet.
Wat volgt hieruit?
Dat je stellige uitspraken over voeding met argwaan mag lezen, ook van ons.
En dat de dingen waar vrijwel alle onderzoek het over eens is, opvallend saai zijn: veel planten, weinig bewerkt, genoeg eiwit, matig met alcohol.

