Een cel die onherstelbaar beschadigd is, breekt zichzelf af. Netjes, in stappen, en zonder rommel achter te laten.
Hoe ziet dat eruit?
De cel krimpt. Het DNA wordt in gelijke stukjes geknipt. De resten worden in blaasjes verpakt, en afweercellen ruimen die op.
Er lekt niets weg. Dat is het verschil met een cel die kapotgaat door schade, want dan komt de inhoud vrij en ontstaat er ontsteking in de buurt.
Waarom is dit nodig?
Omdat het je kwaliteitscontrole is. Cellen met onherstelbare schade, cellen die niet meer werken, en cellen die niet meer nodig zijn worden zo verwijderd.
Het is ook hoe je vingers ontstaan zijn. In de baarmoeder zat er weefsel tussen, en dat is via dit proces verdwenen.
Hoe wordt het in gang gezet?
Van binnenuit of van buitenaf.
Van binnenuit bij ernstige schade aan het DNA of zware stress in de cel. De mitochondriën geven dan het signaal dat de afbraak start.
Van buitenaf als een afweercel een molecuul afgeeft op een ontvanger van de cel die weg moet, bijvoorbeeld omdat er een virus in zit.
Wat gaat er mis als dit faalt?
Twee dingen tegelijk, en ze zien er heel verschillend uit.
Beschadigde cellen blijven bestaan en blijven delen. Samen met een falend controlepunt in de celcyclus is dat hoe kanker ontstaat: ongeremd delen én het opruimsignaal negeren.
Of de cel sterft niet en werkt ook niet meer. Hij blijft zitten en geeft ontstekingssignalen af aan alles om zich heen. Zulke cellen stapelen zich op met de jaren, en ze krijgen een eigen plek in de module over veroudering.

