Een hormoon is een signaalstof die door een klier wordt afgegeven aan je bloed en ergens anders iets doet.
Het bereikt je hele lichaam en werkt alleen daar waar een ontvanger is die erop past. Het signaal gaat overal heen en het antwoord komt maar op één plek.
Welke kliers zijn er?
Je hypofyse, onderin je hersenen, stuurt de meeste andere aan. Daarboven zit je hypothalamus, die de hypofyse aanstuurt.
Je schildklier regelt je stofwisselingssnelheid. Je bijnieren maken cortisol en adrenaline. Je alvleesklier maakt insuline en glucagon. Je eierstokken of teelballen maken de geslachtshormonen.
Daarnaast geven je vetweefsel, je spieren en je darm ook hormonen af. Die tellen even hard mee en worden zelden klieren genoemd.
Hoe wordt het geregeld?
Met terugkoppeling. Het product remt zijn eigen aansturing af.
Je hypofyse geeft een signaal aan je schildklier. Je schildklier geeft hormoon af. Dat hormoon remt de hypofyse. Zo blijft het binnen een marge.
Daarom zegt één hormoonwaarde weinig zonder het aansturende hormoon erbij. Een lage waarde met een hoge aansturing betekent iets anders dan een lage waarde met een lage aansturing: in het eerste geval hapert de klier, in het tweede de aansturing.
Dat is de belangrijkste zin van deze les en de reden dat een losse test online zelden iets oplost.
Wat nog meer?
Timing. Veel hormonen volgen een dagritme. Cortisol piekt in de ochtend, testosteron ook, en groeihormoon komt vooral in je diepe slaap vrij.
Een meting om drie uur 's middags is daardoor iets heel anders dan dezelfde meting om acht uur 's ochtends, en een lab dat daar niets over zegt maakt de uitslag onbruikbaar.
Wat verandert er met de jaren?
Bij vrouwen stopt de aanmaak van oestrogeen vrij abrupt rond de overgang. Bij mannen daalt testosteron langzaam, ongeveer een procent per jaar vanaf een jaar of dertig.
Groeihormoon daalt bij iedereen. Wat daarvan oorzaak is van verouderen en wat gevolg, is niet uitgemaakt, en dat onderscheid is precies waar de markt voor hormoonbehandelingen overheen stapt.

