Je cellen meten voortdurend hoeveel brandstof er is, en stellen daar hun gedrag op af. Veel voedsel betekent groeien; weinig betekent onderhouden.
Bij veroudering blijft dat systeem in de groeistand hangen, ook als groeien niet meer het verstandigste is.
Welke systemen zijn dat?
Insuline en de daaraan verwante groeifactor melden dat er suiker en eiwit binnen is.
Een tweede sensor meet vooral aminozuren en zet eiwitaanmaak en celgroei aan. Hij remt tegelijk de zelfopruiming, en dat is de verbinding met het mechanisme hiervoor.
Een derde sensor meet juist een tekort aan energie en zet het omgekeerde aan: opruimen, vet verbranden, nieuwe mitochondriën maken.
En een vierde groep reageert op de beschikbaarheid van een molecuul dat met energie te maken heeft, en stuurt onder meer herstel van DNA aan.
Wat is het bewijs?
Dit is het best onderbouwde mechanisme van de hele lijst, en tegelijk het lastigste om naar mensen te vertalen.
Minder eten zonder ondervoeding verlengt het leven bij gist, wormen, vliegen en knaagdieren, consistent en soms fors. Bij apen zijn de uitkomsten gemengd.
Bij mensen is het nooit tot het einde onderzocht, en dat zal ook niet gebeuren. Wat er bij mensen ligt zijn proeven over enkele jaren die laten zien dat risicofactoren verbeteren.
Dat risicofactoren verbeteren is iets anders dan langer leven. Dat is de zin die in vrijwel elk verhaal over dit onderwerp ontbreekt.
Wat is er in de praktijk?
Minder eten dan je zou kunnen. Voldoende maar niet overmatig eiwit, want eiwit is precies wat die tweede sensor aanzet.
Beweging, want inspanning zet de tekortsensor aan.
Er zijn medicijnen die op deze systemen ingrijpen en die bij dieren het leven verlengen. Die zijn niet geregistreerd voor dit doel, en daar houdt deze opleiding op.

