Quercetine is een polyfenol uit ui, appel, kappertjes en thee. Het wordt op twee manieren verkocht, en beide verdienen een antwoord.
De eerste claim: afweer
Dat het bij luchtweginfecties helpt, eventueel met zink.
Het bewijs: kleine proeven met wisselende uitkomsten. Meta-analyses vinden een klein effect op de duur van infecties, bij hogere doses.
Dat het zink de cel in helpt, komt uit laboratoriumwerk en is bij mensen niet aangetoond.
De tweede claim: senolyticum
Dat het samen met een kankermedicijn senescente cellen opruimt, de zombiecellen uit de module over veroudering.
Dit komt uit dieronderzoek en uit enkele zeer kleine proeven bij mensen met specifieke aandoeningen. De aantallen zijn tientallen personen.
Wat er verkocht wordt is quercetine alleen, en de combinatie was het onderzochte middel. Het andere deel is een receptmedicijn.
Dat is de kern van deze les: de claim leent het gezag van een onderzoek naar iets anders.
Hoe wordt het opgenomen?
Slecht, net als bij curcumine. Er zijn vormen met verbeterde opname, en het verschil is groot genoeg om ertoe te doen.
Waar let je op?
Op interacties, want het remt dezelfde enzymfamilie in je lever als een aantal andere middelen hier. Bij medicijngebruik is dat een echte overweging.
Wat is ons oordeel?
Dat het bewijs voor de afweerclaim klein maar niet nul is, en dat de senolyticum-claim ver vooruitloopt op wat er ligt.
Wie er iets van wil hebben, eet uien en appels. Dat levert minder op dan een supplement en het kost ook niets.

